Goed wonen en werken; een leefbaar platteland
Dit wil de PvdA-PK!
55. De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende woningaanbod dat aansluit bij de vraag in de gemeente. Met ontwikkelaars, woningcorporaties en bewoners wordt een woonvisie vastgesteld waarbij er afspraken worden gemaakt over de te bouwen woningen (wat, voor wie en waar). Gelet op de demografische ontwikkelingen, van bevolkingskrimp en vergrijzing, wordt de woonvisie jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
56. In noodsituaties is direct een woning beschikbaar.
57. Met woningcorporaties worden gemeentebreed bindende afspraken gemaakt over:
• Het aantal te bouwen woningen afspraken over het aandeel huur/ koopwoningen dat voor mensen met lage inkomens betaalbaar wordt aangeboden
• Investeringen in de leefbaarheid van wijken
• Het signaleren van, en reageren op huurproblemen en overlast
• Slagingskansen op de woningmarkt voor de diverse doelgroepen
• Kwaliteit van de woningen
• Huurprijzen en woonlasten
• Extreme woningoverlast
• Isolatie van bestaande huurwoningen en
• Stimulering van mogelijkheden voor duurzame energie (o.a. zonnepanelen).
58. De gemeente gaat in samenspraak met provincie, woningcorporaties, energiebedrijven en particuliere ondernemers, middels een pilot, de energieprestatienormen (EPN) verbeteren van met name oudere huurwoningen. Doel is een duurzame energiebesparing te realiseren en daarmee de woonlasten te verlagen.
59. We leggen de betrokkenheid van bewoners vast in een lokaal woonhandvest. Hierin worden afspraken gemaakt over de wijze waarop bewoners inbreng hebben in bouwplannen en de opzet van de buurt. Ook voor wijken waarvoor plannen voor herstructurering worden opgezet wordt in dit Lokaal Handvest de inbreng van de bewoners geregeld. De inzet van onafhankelijke deskundigen door de bewoners is oa. in het Lokaal Handvest omschreven. Bouwen en renoveren doen we immers mét bewoners en
vóór bewoners.
60. Bij alle nieuwbouwprojecten zijn de ITS-normen uitgangspunt voor de elementen bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor mensen met functiebeperkingen. Duurzaam bouwen gaat ook over aanpasbaar en levensloopbestendig bouwen.
61. Leegstand is vanwege de krappe woningmarkt in het betaalbare huur- en koopsegment én vanwege leefbaarheid in de wijk onwenselijk. De gemeente gaat leegstand actief achterhalen en aanpakken.
62. De gemeente zorgt met corporaties en marktpartijen voor voldoende betaalbare woningen voor o.a. jongeren, ouderen en mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Op regionaal niveau maken we bindende afspraken over de hoeveelheid noodzakelijke woningen. Bij het toewijzen van woningen verlenen we voorrang aan doelgroepen die anders niet goed aan bod komen.
63. We stimuleren en ondersteunen creatieve mogelijkheden om tot betaalbare woningen te komen voor starters zoals sociale koopwoningen. In navolging van het Bouwen in eigen Beheer-initiatief in Lottum worden dergelijke gezamenlijke bouwplannen verder gestimuleerd.
64. De gemeente voert de regie over de invulling van de woningbouwlocaties en geeft daarbij voorrang aan inbreidingslocaties dicht bij de voorzieningen.
65. Bij de waardering van een woning speelt de woonomgeving en de kwaliteit van de openbare ruimte een belangrijke rol. Wij willen dan ook samen met partners verstandig investeren in een veilige en goed onderhouden openbare ruimte. Bewoners, lokale verenigingen en woningstichting worden uitgenodigd hierin samen met de gemeente vooruitgang te boeken.
66. Speelvoorzieningen die als vanzelfsprekend in de ruimte horen, groen en bankjes met prullenbak geven gelegenheid voor ontspanning en nodigen uit tot informele ontmoeting.
67. Wij zijn voorstander van buurten met een gevarieerd woningaanbod; zowel koop als huur, voor jong en oud. Revitalisering van bestaande wijken en op termijn omvorming van grote gezinswoningen heeft voorrang op verregaande uitbreiding van woonbuurten in het buitengebied. Inbreiding vindt bij voorkeur plaats door omvorming van bestaande bouwlocaties en gaat niet ten koste van belangrijke groengebieden in de kernen.
68. Een basisschool in het dorp is een belangrijke voorwaarde voor leefbaarheid. Het liefst kunnen kinderen zelf veilig naar school lopen of fietsen. Wij willen dat scholen door samenwerking op de diverse locaties kunnen blijven bestaan. Ook als een school iets kleiner is dan het wettelijk minimum moet deze niet direct worden opgeheven. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs.
69. De gemeente stimuleert het behoud van winkels in de kleinere dorpen en neemt waar nodig de regie om met bewoners en ondernemers kansrijke combinatieprojecten te onderzoeken (bijvoorbeeld behoud of terugkeer van een buurtsuper in combinatie met andere diensten).
70. In de grotere kernen Horst en Sevenum worden of zijn de centrumgebieden en hun winkelfunctie gerevitaliseerd. Het centrumplan Grubbenvorst wordt in de komende periode voortvarend aangepakt.
71. In kleine kernen worden voorzieningen zoveel mogelijk gecombineerd. Voorzieningen blijven daardoor beschikbaar en bereikbaar. Denk aan het concept brede school, MFC’s zoals in Meterik en Melderslo. En woonzorgcomplexen op maat voor de kleine kernen.
72. Speciale aandacht verdient de verantwoorde huisvesting van tijdelijk verblijvende buitenlandse werknemers. De gemeente stelt hiervoor de kaders en controleert de kwaliteit. De verantwoordelijkheid om kwalitatief goede huisvesting te organiseren, ligt bij de ondernemers die van de diensten van de werknemers gebruik maken.
73. In het kader van de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) werkt de gemeente binnen het concept “werkplein” samen met UWV werkbedrijf en andere partners, teneinde een goede integrale afstemming en een snelle sluitende aanpak met de arbeidsmarkt te realiseren in het belang van de cliënt.
74. We zetten het participatiebudget uit de Wet Werk en Bijstand optimaal in.
75. Goed contact tussen de gemeente en lokale ondernemers is altijd nuttig, maar zeker belangrijk in tijden van economische tegenwind. De gemeente overlegt dan ook met ondernemers over de economische situatie in de gemeente en de regio.
76. We willen economische groei stimuleren, waarbij wij als uitgangspunt hanteren “niet meer, maar anders”. Groei moet volgens ons gezocht worden in kwaliteit, duurzaamheid en balans tussen werken, goed wonen en recreëren.
77. We streven naar vernieuwing van het type werkgelegenheid en naar de diversiteit daarvan. Hoogwaardige productie en technologische ontwikkeling zijn kernbegrippen.
78. De gemeente maakt met ondernemers en onderwijsinstellingen afspraken voor stageplaatsen en werkplekken die beter kunnen aansluiten op het lokale en regionale opleidingsaanbod.
79. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door extra stages aan te bieden binnen de eigen gemeentelijke organisatie.
80. Kleine startende ondernemers in een “schone, stille sector” moeten de kans krijgen. Als het kan in de wijk of in een bedrijfsverzamelgebouw naar de schaal van het dorp.
81. We brengen in beeld wat de behoefte is aan open cultuurlandschap, bekeken vanuit drie invalshoeken: agribusiness, leefbaarheid en toerisme. Het is juist dat open cultuurlandschap, de vruchtbare landbouwgrond, waar we zuinig op moeten zijn. Ingesloten tussen Maasdal en Peel geven unieke bosgebieden en open velden het bijzondere karakter aan onze gemeente. Landschapsontwikkelingsplannen en de mogelijkheden binnen de nieuwe Wet ruimtelijke ordening om gebiedsvisies te ontwikkelen dienen een en ander beleidsmatig te ondersteunen. Daarbij willen we tevens aansluiting zoeken bij landelijk en provinciaal beleid, zoals het Kwaliteitsmenu. Beleid maken we samen met burgers, (agrarische en toeristische) ondernemers en andere overheden.
82. Als regio staan we voor ingrijpende ruimtelijke ingrepen: Klavertje 4, de invulling van de LOG’s en de uitvoering van de Maasbeveiliging. Ingrepen waar op onderdelen de kaders voor zijn gesteld. De komende jaren staan we voor de gemeentebrede uitwerking en de uitvoering van de plannen. Werken aan ruimtelijke kwaliteit. In een tijd waarin iedereen overtuigd is van de schaarste van de ruimte, en in de nabijheid de vergrijzing een uitdaging vormt, willen we werk maken van concentratie van functies. Er moet een goede match zijn tussen gebied en activiteit. Kortom: Ontwikkelingen op de juiste plaats. In Klavertje4 bieden we ruimte. Daar offeren we openheid op. Elders moet het dan wel minder. Dat is het wisselgeld. We durven grenzen te stellen aan landschappelijke inpassing en schaalvergroting. We kunnen en mogen niet alle ontwikkelingen faciliteren. We moeten keuzes maken. Duurzame keuzes die zorgen voor balans, nu en in de toekomst.
83. De overheid voert de regie over het gebruik van ruimte. Inbreiding moet voor uitbreiding gaan. Dat geldt voor werken en wonen. We willen de regio waar mogelijk “afbouwen”. Compacte kernen met daaromheen een open buitengebied. De kernen mogen niet samensmelten.
84. In het kader van de Maasbeveiliging spant de gemeente zich in de sluitstukkades in Broekhuizen te realiseren.
85. De gebiedsontwikkelingsplannen rondom Ooijen–Wanssum blijven wij kritisch volgen waarbij we nadrukkelijk aandacht geven aan aspecten die te maken hebben met: een integrale benadering, verdeling van de overlast en verkeersdruk, bescherming en veiligheid van de burger, nieuwe kansen voor natuurontwikkeling/milieu en recreatie en toerisme.
86. Ten aanzien van mogelijk nieuwe initiatieven voor de invulling van het “bestaande” Park De Peelbergen stellen wij uitdrukkelijk de voorwaarde dat deze ingepast moeten worden in het huidige landschap.
87. In ons buitengebied is ruimte voor kleinschalige toeristische bedrijvigheid als: bed en breakfast, kamperen bij de boer, verkoop van agrarische producten, vakantieappartementen enz. Hiervoor wordt een beleidslijn opgesteld.
88. Voorzieningen in het kader van toerisme/recreatie moeten niet alleen gericht zijn op (externe) toeristen, maar ook zeker ten goede komen van onze inwoners als belangrijk element in het positioneren van onze regio in termen van “kwaliteit van leven“ (wonen, werken en recreëren in een gezonde woon- en leefomgeving). We denken daarbij onder andere aan het uitbreiden, koppelen en in stand houden van het netwerk van fiets- en wandelpaden. Dit stimuleert het “eigen gebruik” door de lokale bevolking en laat de toeristen kennis nemen van onze natuur- en landschappelijke waarden. Gebruik van toeristische voorzieningen in onze regio door mensen met een functiebeperking biedt aanvullende onderscheidende kansen.
89. Zuinig zijn op wat we hebben, kleine landschapselementen onderhouden en behouden. Slim omgaan met ruimte. Dat kan alleen wanneer overheden ruimtelijke ontwikkelingen afstemmen, de regie blijven voeren en de dragers en gebruikers van het landschap actief mee laten denken en doen.
90. Zorgen dat we de Horster maat gaan definiëren en gaan verankeren. Zorgen dat er een buitengebied blijft waar onze inwoners en gasten trots op zijn.
91. Een visie en beleid ontwikkelen op de toekomst van de intensieve veehouderij (IV):
• Selectieve (waar wel, waar niet) en genormeerde doorgroeimogelijkheden voor bestaande bedrijven in de verwevingsgebieden, afhankelijk van de omgeving, inpassing e.d.
• Nieuwvestiging van IV bedrijven in het Klavertje4 gebied.
• IV bedrijfsverplaatsingen uit extensiveringsgebieden stimuleren.
• Aan bedrijven zoals het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB) bieden wij in LOG’s geen ruimte.
92. Een visie en beleid ontwikkelen op de toekomst van de glastuinbouw. Aantal m2 kas neemt niet toe. Uitbreidingen in Klavertje 4 gaan gepaard met het ruimen van glas elders. Daar wordt een norm voor geformuleerd. Dat wordt actief gestimuleerd. In het kader van de afwaartse beweging van glas buiten K4 worden de concentratiegebieden glas heroverwogen. De nog niet benutte waardevolle ruimte wordt zo mogelijk ontrokken aan de bestemming glas.
93. Vanuit de doelstellingen voor de Maasbeveiliging inzetten op behoud van de kwaliteit van het maasdal en waar mogelijk versterken van die kwaliteit met de uitvoering van rivierverruimende maatregelen.
94. Een visie en beleid ontwikkelen op open cultuurlandschap (landbouwgrond). Ruimtelijke claims op landbouwgronden in beeld brengen. Noodzakelijk en gewenst open cultuurlandschap in beeld brengen. Zo nodig claims heroverwegen. Hoeveelheid (aaneengesloten) open cultuurlandschap (per gebied) normeren en verankeren. Bij nieuwe aanspraken op vruchtbare landbouwgrond komt een gedegen maatschappelijke afweging van kosten en baten.
95. Een visie en beleid ontwikkelen functies in het buitengebied:
• Op vrijkomende agrarische bebouwing.
• De positie van niet grondgebonden landbouw in het buitengebied.
• De positie van indirecte agrarische activiteiten in het buitengebied, waaronder opwekking van energie.
96. Groene buffers rond de kernen vastleggen in structuurvisies.
97. In de gemeente 10 hotspots verrommeling buitengebied aanwijzen en aanpakken.
98. De pareltjes in het buitengebied van het nieuwe Horst aan de Maas inventariseren (denk aan ’t grote veld in Sevenum). Beleid ontwikkelen op behoud en versterking van die parels.
99. De BOM+ regeling (kwaliteitsmenu) optimaliseren in die zin dat er meer garanties komen voor de realisatie en handhaving van de geplande groene inpassing.
100. De entrees langs de snelwegen versterken. Een visie ontwikkelen op snelwegpanorama’s.
101. Bestaande bedrijventerreinen revitaliseren.
102. Duurzaamheidindicatoren worden lokaal vastgesteld en zijn een hanteerbaar middel om vooruitgang te boeken in duurzaamheid.
103. In het inkoopbeleid van de gemeente wordt duurzaamheid van de producten en de mate waarin met respect voor mensenrechten en zonder kinderarbeid is geproduceerd centraal gesteld. En als dat de duurzaamheid ten goede komt wordt met meerdere gemeenten gezamenlijk ingekocht.
104. Bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is C2C uitgangspunt. Ook het duurzaam gebruik van grondstoffen is voor de nieuwe gemeente een belangrijk thema. Denk hierbij ook aan hergebruik afvalstoffen, duurzaam watergebruik en duurzaam energiebeleid. zoals wind (landschappelijke inpassing van windmolens), zon, biomassa, aardwarmte, restwarmte van kassen ( als secundaire opbrengst).
105. De nieuwe gemeente zal gemeentebreed afvalbeleid moeten formuleren. Horst aan de Maas is voorloper in het gescheiden aanleveren van groen- en tuinafval. Voor de nieuwe gemeente is het de ambitie verdergaande stappen te zetten in een duurzaam afvalsysteem. Actieve voorlichting en stimulans om bij burgers en m.n. bedrijven de afvalproductie te verminderen maken daar onderdeel van uit.
106. De gemeente neemt een actieve rol bij het stimuleren en ontwikkelen van nieuwe, schone vormen van energie(-productie), voor particulieren en bedrijfsleven. Horst aan de Maas werkt aan een gezonde en schone leefomgeving. Potentiële bedreigingen als fijnstof, kwartstof, geluid en stank worden voortdurend gemeten. Er is een adequaat handhavingsbeleid en er wordt opgetreden bij overtreding van de normen. Nieuwe initiatieven worden niet vergund als zij door cumulatie van uitstoot de omgevingsnormen doen overschrijden.
107. Milieuvergunningen worden streng gecontroleerd en gehandhaafd.
108. Binnen het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan wordt prioriteit gegeven aan een optimaal fietsnetwerk en een functioneel dekkend systeem van openbaar vervoer. Bedrijven krijgen aanwijzing hun vrachtverkeer zoveel mogelijk weg te houden uit de kernen en van smalle buitenwegen d.m.v. een advies over de optimale routering.
109. De gemeente neemt initiatief om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren Bijvoorbeeld door het aanbieden van speciale vervoersbewijzen voor koopavonden en tijdens evenementen.
110. We zetten in op behoud van de bestaande dienstregeling van bus en trein waarbij alle kernen op alle dagen goed bereikbaar zijn.
111. We streven naar toevoeging van een treinhalte binnen de gemeente op de lijn Venlo- Nijmegen en een treinstation in het Klavertje-4 gebied.